Voor kunstaasvissers wordt het er stakkies niet makkelijker op… Met kouder wordend water, zijn de rovers net even lastiger over de streep te trekken. Met dood aas kun je nu een streepje voor en met bepaalde technieken toch actief aan de slag gaan. Bijvoorbeeld met de fireball. Bertus Rozemeijer laat je zien hoe.
Door Bertus Rozemeijer
Wat gaat dat snel, zo’n snoekseizoen. We hikken alweer tegen de winter aan en dat betekent kou, en vooral korte dagen. In alle eerlijkheid, ik zou blij zijn als we weer ergens einde januari zitten om zo ook weer volle dagen te kunnen maken.
Er is wel een plus aan die korte decemberdagen en dat is het formaat van de snoeken en de nog steeds grote diversiteit aan technieken waarmee je die snoeken kunt vangen. Kunstaas is goed, blijft goed en vangt echt veel vis. Grote vis is nog steeds geen uitzondering. Wel vind ik het nu leuk en vooral efficiënt om met aasvissen aan de slag te gaan. Dood aas op de bodem, lekker passief aangeboden vanaf de kant of driften met een fireball.
Die laatste techniek heeft toch weer iets actiefs over zich en daarom doe ik dat ook erg graag. Niets ten nadele van een statisch aangeboden aasvis, want vooral degene die stevig voorvoert kan bijna niet zonder vis op de camera thuiskomen.
Zelfde als verticalen?
Fireballetjes is toch net zoiets als verticaalvissen? Nou, toegegeven… het heeft raakvlakken, maar de presentatie is heel anders. Je mag een fireball best wel subtiel vissen. Dat betekent dat je na bodemcontact je aas gewoon rustig optilt, lekker laat hangen en dan weer net zo voorzichtig terug laat zakken tot er wederom contact is. Dat laten hangen mag van mij gerust enkele tientallen seconden duren.
Het voorzichtig ofwel langzaam optillen helpt je ook je aasvisje niet al te zeer te beschadigen. Vis je wel pittig, dan merk je snel dat de aasvis het begeeft, de kop raakt stuk, het geheel gaat scheef op de haken hangen, enzovoort. Dus doe dus maar rustig aan. Wie veel verticaal met rubber vist weet dat veel van de aanbeten snoeihard kunnen doorkomen.
Andere aanbeten
Hoe anders kan dat zijn met een dood visje op een fireball. Heel vaak is dat uiterst subtiel, niet alleen van een snoek, maar ook van snoekbaars! Vermoed je een aanbeet, geef dan, onder nog steeds lichte druk, een beetje ruimte aan de rover. Met de lijn tussen je vingers voel je echt wel of het vis of loos alarm is. Bij twijfel voorzichtig de hengel heffen, dan komt de spanning vanzelf wel. Is het zover, dan de hengeltop zo laag mogelijk boven het water en de haak in een vloeiende, doorgaande beweging zetten.
Hengels voor snoek mogen gerust een vermogen vanaf twintig gram hebben. Kies zo’n hengel niet te kort! Een lengte van 210 tot 240 cm is vaak ideaal. Gevoelig mogen ze wel zijn! Je fireballetjes kies je liever niet te zwaar. Hoe lichter hoe beter, want dit maakt je presentatie alleen maar beter.
Kies je drift zo gunstig mogelijk uit. Hoe langer je drift, hoe effectiever het is. Natuurlijk kijk je even vooruit naar eventuele aasvis ballen of concentraties vis op of net boven de bodem. Heb je die gevonden dan wordt het gelijk spannend.